Met Cluster 7 krijgt het gebied rondom de Shopperhal in Amsterdam‑Zuidoost, ook wel bekend als de Amsterdamse Poort, een stevige impuls. Het wordt een levendige omgeving met een mix van woningen, winkels, werk, onderwijs, kunst en cultuur. Duurzaamheid speelt een belangrijke rol in het project, met onder meer een all‑electric WKO‑installatie en grote daktuinen tussen de woonblokken waar bewoners gebruik van kunnen maken.

Onderdeel van het project is blok 3, gelegen op de hoek van de Hoogoorddreef en de Flierbosdreef, waarbij Huygen nauw betrokken was. Op installatietechnisch gebied waren er de nodige uitdagingen, vertelt Surrender Sheombar, die al sinds 2017 bij het project betrokken is.
“Al in het voortraject bleek het een complex dossier: de oorspronkelijke aannemer vond het VO te risicovol, waarna wij een VO+ en een optimalisatie hebben uitgevoerd. De aannemer vond het risico vervolgens nog steeds te groot. Daarom hebben we het ontwerp op DO‑niveau uitgewerkt en zijn we samen met de nieuwe aannemer, Dura Vermeer, gaan kijken waar we konden optimaliseren. Dat is gelukt na het aanpassen van diverse documenten, waarna we de DO+‑fase zijn ingegaan.”
Beginnen op de tweede
Huygen is binnen het project betrokken bij de ontwikkeling van blok 3. Dit betreft een woongebouw dat boven op het parkeerdek wordt gerealiseerd, met daaronder een tweelaagse openbare parkeergarage. De garage van circa 12.000 m² met meer dan 300 parkeerplaatsen bevindt zich volledig onder het woongebouw, dat bestaat uit 270 corridor- en galerijwoningen in de sociale sector, middenhuur en vrije sector. Dit woongebouw wordt ontwikkeld door Blauwhoed.
Bijzonder aan dit blok is dat het woongebouw feitelijk op de tweede verdieping begint, wat een niet‑alledaagse situatie is. De ontsluiting vindt plaats vanaf zowel de Hoogoorddreef als de Flierbosdreef.

“Het was een uitdaging om de riolering in het woongebouw te verleggen. Deze moest door de parkeergarage worden geleid, met als eis dat er minimaal 2,30 meter vrije hoogte behouden bleef. We hadden dus slechts 40 à 50 centimeter ruimte om alle leidingen naar één zijde – richting het Anton de Komplein – te verplaatsen,” vertelt Sheombar. “Daarnaast moesten ook alle invoerkasten voor de nutsvoorzieningen op de tweede verdieping worden geplaatst.”
De gemeente Amsterdam stelde bovendien een harde eis: op de tweede verdieping mochten geen technische ruimten, waaronder de MSR voor de woningontsluiting, worden gerealiseerd in de gevels aan de Hoogoorddreef en de Flierbosdreef.
Rainproof daktuin
De HWA en VWA zijn in dit project eveneens allesbehalve standaard. “De gemeente Amsterdam wilde dat de binnentuin op het dak volledig rainproof werd uitgevoerd. Al het hemelwater moet worden opgevangen en vertraagd worden afgevoerd, omdat de bestaande riolering de piekbelasting anders niet aankan.

In samenwerking met de Ginkel Groep, die de groenvoorzieningen voor heel Cluster 7 verzorgt, hebben we een plan opgesteld om in totaal 291 m³ regenwater op eigen terrein te kunnen bufferen.”
Om dit te realiseren is de daktuin voorzien van retentiekratten en elektronische systemen die detecteren wanneer er neerslag aankomt. “Wanneer de retentiekratten vol raken, wordt het water gecontroleerd afgevoerd voordat een zware regenbui het systeem verder belast.”
Nieuwe LS-kabels door de bestaande fietserstunnel met bestaande kabels en leidingen
Alles bij elkaar moest er intensief worden afgestemd tussen de verschillende betrokken partijen, waarbij Huygen het voortouw nam. “Wij hebben het initiatief genomen om samen met Liander te onderzoeken hoe we het probleem konden oplossen van de LS‑kabels die naar de tweede verdieping moesten worden geleid. Die kabels hebben een diameter van 55 mm, dus die buig je niet zomaar om. Daarom hebben we een koker in 3D uitgewerkt, deze in de vloer verplaatst en vervolgens doorgeleid naar de schacht van de fietsenstalling in het gebouw.”
Ook met Waternet is afstemming gezocht. “We hebben overeenstemming bereikt over de wijze waarop we circa 19 VWA‑leidingen en 6 HWA‑leidingen via verzamelleidingen konden aansluiten op de bestaande putten in de fietsentunnel.”
Op deze manier kunnen de invoerkasten aan de Flierbosdreef zo efficiënt mogelijk worden verbonden met de aansluiting in het gebouw. Zowel de nutsbedrijven als de gemeente gingen akkoord met deze oplossing. De kabels lopen nu vanuit de trafo door de fietserstunnel, vervolgens via de fietsenstalling in de parkeergarage omhoog door een schacht, waarna ze aansluiten op de goot in de Flierbosdreef.
“Het was wel een uitdaging om met de gemeente af te stemmen dat er een goot in de Flierbosdreef nodig was, maar uiteindelijk gingen zij akkoord toen duidelijk werd dat dit de beste oplossing was. Dankzij de betontegels zie je bovendien niets meer van de kabelkokers in de Flierbosdreef.”