Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een misstand bestemd voor werknemers van Oosterhoff en de aan haar gelieerde ondernemingen.

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij zijn werkgever heeft opgedaan of die voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie.

b. het maatschappelijk belang in het geding is bij:

Artikel 2. Interne melding

  1. De melder kan de melding van een vermoeden van een misstand intern bij diens leidinggevende of indien de melder melding aan de leidinggevende niet wenselijk acht, bij een verantwoordelijke of indien de melder melding aan een verantwoordelijke niet wenselijk acht, bij de vertrouwenspersoon doen. Melding aan de vertrouwenspersoon kan ook plaatsvinden naast de melding aan de leidinggevende of aan een verantwoordelijke.

Artikel 3. Vastlegging van de interne melding

  1. De melder doet de melding schriftelijk of mondeling.
  2. Indien de melder de melding (deels) mondeling doet bij de leidinggevende, de verantwoordelijke of de vertrouwenspersoon, draagt deze, in overleg met de melder, zorg voor een schriftelijke vastlegging hiervan en legt deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan de melder. De melder ontvangt van de schriftelijke vastlegging een afschrift.
  3. De vennootschap registreert de meldingen in een daarvoor ingericht register. De geregistreerde gegevens worden vernietigd als ze niet langer noodzakelijk zijn.
  4. De leidinggevende, de verantwoordelijke of de vertrouwenspersoon draagt ervoor zorg dat de meldfunctionaris onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding is ontvangen en dat de meldfunctionaris een afschrift van de vastlegging ontvangt.
  5. De meldfunctionaris stuurt binnen zeven (7) kalenderdagen een ontvangstbevestiging aan de melder. In de ontvangstbevestiging wordt gerefereerd aan de oorspronkelijke (mondelinge) melding.

Artikel 4. Standpunt

  1. Door de meldfunctionaris wordt onverwijld een onderzoek naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand gestart. Tijdens het onderzoek kan de melder worden gehoord.
  2. Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de interne melding wordt de melder door of namens de meldfunctionaris schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. Daarbij wordt aangegeven tot welke stappen de melding heeft geleid. Het standpunt wordt geformuleerd met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van de te verstrekken (bedrijfs)informatie en de ter zake geldende wettelijke bepalingen, waaronder de privacyregelgeving.
  3. De meldfunctionaris zal in een gesprek met de melder dan wel de vertrouwenspersoon het inhoudelijke standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand toelichten en de melder in staat stellen hierop te reageren.
  4. Indien het standpunt niet binnen vier weken kan worden gegeven, wordt de melder door of namens de meldfunctionaris hiervan in kennis gesteld en wordt gemeld binnen welke termijn de melder een standpunt tegemoet kan zien. Deze termijn mag nooit langer zijn dan drie (3) maanden na verzending van de ontvangstbevestiging.

Artikel 5. Vertrouwelijkheid melding en identiteit van de melder

  1. Betrokkenen behandelen de melding vertrouwelijk.
  2. De meldfunctionaris draagt ervoor zorg en ziet erop toe dat de informatie over de melding zodanig wordt bewaard dat deze fysiek en digitaal alleen toegankelijk is voor degenen die bij de behandeling van de melding betrokken zijn.
  3. Al degenen die bij de behandeling van een melding betrokken zijn, maken de identiteit van de melder niet bekend zonder uitdrukkelijke schriftelijke instemming van de melder en gaan met de informatie over de melding vertrouwelijk om.
  4. Indien het vermoeden van een misstand is gemeld via de vertrouwenspersoon en de melder geen toestemming heeft gegeven diens identiteit bekend te maken, wordt alle correspondentie over de melding verstuurd aan de vertrouwenspersoon en stuurt de vertrouwenspersoon dit onverwijld door aan de melder.

Artikel 6. Externe melding

1.     De melder kan een misstand extern melden.

Artikel 7. Rechtsbescherming

  1. De melder van een vermoeden van een misstand die te goeder trouw zowel in formeel als in materieel opzicht zorgvuldig handelt, wordt in diens rechtspositie beschermd. Hieronder wordt verstaan dat de melder door of vanwege diens melding van een vermoeden van een misstand op geen enkele wijze wordt benadeeld in diens rechtspositie jegens de vennootschap.
  2. Rechtspositionele besluiten, indien en voor zover deze verband houden met de melding van een redelijk vermoeden van een misstand die in ieder geval onder de in lid 1 bedoelde rechtsbescherming vallen, zijn in ieder geval – doch niet uitsluitend – besluiten gericht op het:
  3. ontslag of schorsing;
  4. een boete als bedoeld in artikel 650 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
  5. demotie;
  6. het onthouden van bevordering;
  7. een negatieve beoordeling;
  8. een schriftelijke berisping;
  9. overplaatsing naar een andere vestiging;
  10. discriminatie;
  11. intimidatie, pesterijen of uitsluiting;
  12. smaad of laster;
  13. voortijdige beëindiging van een overeenkomst voor het leveren van goederen of diensten, en
  14. intrekking van een vergunning.
  15. Onder benadeling wordt tevens verstaan een dreiging met en een poging tot benadeling.
  16. Van formeel zorgvuldig handelen is sprake indien:
    1. de melder de desbetreffende feiten intern aan de orde heeft gesteld als bedoeld in artikel 3, of;
    1. de melder bij externe melding zoals voorzien in deze regeling de feiten op een passende en evenredige wijze bekend maakt.
  17. Van materieel zorgvuldig handelen is sprake indien:
    1. de melder een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft dat de betreffende feiten juist zijn.

Artikel 8. Inwerkingtreding

  1. Deze regeling treedt in werking op 16 mei 2023.
  2. Vanaf het moment van inwerkingtreding is Jacob de Borst (j.deborst@huygen.net +31880322235) als meldingsfunctionaris ten behoeve van deze regeling benoemd.